Museum ENTR te Amsterdam

Ofwel met een Virtual Reality bril wandelen in Amsterdam anno 1652

20 augustus 2026

Op 20 augustus verzamelden 12 leden van de HMLC zich bij het eerste culturele virtual reality (VR) museum ENTR in Nederland aan het Oosterdok, vlakbij het Centraal Station.
Dankzij de Vrienden Loterij-passen van Dick, Rob, Michiel en Alexander kregen we 50% korting op de entree maar ook de koffie met appeltaart was in de aanbieding. Toch handig die Vrienden Loterij. Een klein bedrag per maand, je steunt vele goede doelen en je hebt er zelf ook plezier van. Een aanrader!

Na een heerlijk kopje koffie met appeltaart werden de VR-brillen gepast. Een beleving op zich.

En zo gingen we (gerobotiseerd) terug naar het Amsterdam van 1652, het jaar van de grote brand van het oude stadhuis op de Dam.

Op de plek waar nu het museum ENTR is gevestigd, meerden in de zeventiende eeuw schepen aan.

In iets meer dan een half uur werden we in groepjes van vier met een VR headset op, langs een aantal plekken in de oude binnenstad geleid. Je liep met de VR-bril op maar je had een het gevoel dat de vloer onder je een beetje zweefde. Onno had daar veel last van en kwam misselijk naar buiten.

In het begin kiest iedereen voor de eigen kleding. Koopman, visser of vrouw.
De vertellers waren een walvisvaarder, een vrouwelijke drukker en een vrouwelijke tekenaar (een vrijgevochten slavin). We stonden aan het begin van onze wandeling over het IJ te kijken en kregen daar uitleg over de walvisvaart.
Een meeuw vloog rond en vloog regelmatig tegen en door Hans. Hij merkte er niets van.
Boven iedere persoon stond ook zijn naam. Zo had je het gevoel dat je samen was.

Er waren veel momenten met interactieve handelingen. Je kon bijvoorbeeld een hond aaien, een oester pakken, haring overladen, helpen bij het boekdrukken, een boek in je handen nemen en zelfs een emmer water op de kar zetten bij de brand van het stadhuis. Je loopt echt voor een deel door oud Amsterdam.
Zo zagen we het oude stadhuis in vlammen opgaan en de bouw van het nieuwe stadhuis.

Met een virtuele lift gingen we naar boven om zo Amsterdam te zien in de zeventiende eeuw.
Op de Grote Brug, die ongeveer lag waar nu het Noord Zuid Hollands Koffie huis is gevestigd, was het een komen en gaan van mensen. Er was markt op de brug. Hier kon je een boek kopen met alle bijzonderheden van Amsterdam, zoals waar je kon eten, slapen etc.
In de Rosse buurt zijn we niet geweest want dat zou te veel voor ons zijn.
Los van de beleving om zo door Oud-Amsterdam te wandelen was het ook een ervaring om dit met een VR bril te doen. Nieuw voor ons allen. We gaan mee in de modernisering.

Onze lunch werd geserveerd op de bovenste etage van Tree Top by Hilton waar we een uitzicht hadden over het huidige Amsterdam. Een grotere contrast was er niet. De Damrak is nu veel kleiner dan in 1652. Maar het lijkt bijna net zo druk. Er was te veel wind om buiten te lunchen.

Met een ervaring rijker gingen we rond 15.00 naar huis.
Na afloop kreeg iedereen via de e-mail een portret van zichzelf uit die tijd, en volgens een toelichting: geschilderd door Rembrandt!!

NB Bij afwezigheid van onze vaste chroniqueur, dit keer opgetekend door een bekende Amsterdammer

Thuis bij Jan Steen in Leiden

25 juni 2026
Museum De Lakenhal, Leiden

o.l.v de geestige kunsthistorica Els de Baan

Het was één van de heetste dagen van 2026. En vakantietijd. Toch nog met acht van de achttien HMLC-ers present aan de koffie met appeltaart in de Lakenhal te Leiden.


De Lakenhal te Leiden timmert na de uitbreiding van het klassieke ‘Laken-historisch museum’ meer aan de weg met de grote musea in Nederland door te focussen op de ‘Groten’ die in Leiden zijn geboren en zich er ontwikkelden tot de nationale trots onder de 17e eeuwse grootmeesters op doek. Het onderwijs te Leiden met de Latijnse School in het hart van de stad en de universiteit een straatje verder op hebben daar ongetwijfeld mede toe bijgedragen.

Leids schoolonderwijs anno 1640 en de ijverige leerling tekenen (vroege Jan Steen)

Onder invloed van schoonvader Jan van Goyen leerde Jan Steen landschappen ‘nat in nat’ te schilderen, waarbij Jan Steen zijn fijnschilder techniek toepaste door ‘miniatuur’ mensen in een duinpan toe te voegen

Jan Steen, zoon van een Leidse bierbrouwer op de Lange Brug, werd in 1626, 20 jaar na Rembrandt van Rijn, in Leiden geboren. Ongeveer naast het huis en atelier van Rembrandt’s leermeester Pieter Lastman waar Rembrandt met Joris Lievens werden opgeleid en de buurt waar Jan Steen schilderde met zijn Leidse schildervrienden Frans van Mieris, Gabriël Metsu, Gerrit Dou en Ary de Vois .

De klassieke vorming op de Latijnse School is bij Rembrandt zeer duidelijk terug te zien in zijn oeuvre. Bij Jan Steen is daar eveneens sprake van, maar toch meer gemengd met het ‘leven in een brouwerij’. Die meer volkse focus met een knipoog naar normen, waarden, moraal en humor, heeft Jan Steen nooit de roem en vermogen opgeleverd zoals portrettisten voor de rijke klasse in de 17e eeuw. Ook al was hij een gerespecteerd fijnschilder binnen het St. Lucas Gilde en in Haarlem temidden van Frans Hals en zijn vrienden.

De ‘Boerenkermis’ ( Haarlemse periode)

Er gebeurt van alles onder de wijnranken, terwijl het feest uit de hand gaat lopen. Dronkaards, een plassende vrouw, gokkers, en kinderen die de kijkers wijzen op het ongepaste gedrag.

Maar ook binnenskamers of in een huis van plezier of in de kroeg gebeurde van alles…..

De verlegen ogende naaister met bloem in haar décolleté en de verleider met een stok die omhoog staat, zoals de pijp van een pijproker die in zijn onnozelheid ook nog eens bestolen wordt terwijl de koppelaarster hem wijn aanbiedt….

Het begin van een vrijpartij vol symboliek: de lokvogel in een kooi; het konijn in het hol: vruchtbaarheid; de reeds losse schort; de dode eend in de mand links als symbool van nog niet opgewondenheid, de lege pot in de mand met de twee ronde vruchten verwijzend naar de geslachtsdelen van vrouw en man….. (Met dank aan Els van der Boom )

De beheersing van de techniek ‘nat in nat’ die hij van zijn schoonvader en landschapschilder Jan van Goyen had geleerd en de ‘relaxte’ beheersing van het ‘fijnschilderen’ met een enkele penseelsteek, leidden tot een unieke stijl. Jan Steen was daarmee een schilder die nooit lang deed over het maken van een doek. Dat is goed te zien(na een uitvergroting) aan het tafellaken waar de hond overheen is geschilderd en het tinnen boord over de poot van de hond.

Jan Steen zette zijn doeken aan met de schaduwen in stof en andere contourlijnen. Vervolgens vulde hij het tableau. Nat in Nat.

Het gezinsleven speelde ook een grote rol in het leven en werk van Jan Steen. Met Groet van Goyen had hij zeven kinderen. Na het overlijden van Griet hertrouwde hij in 1673 met de ‘wulpse’ schone Leidse Maria van Egmond.

De schilderijen van Sinterklaasavond zijn zowel in de protestante versie als in de katholieke versie gemaakt. Het verschil is te zien aan de overdaad bij de katholieken (ofwel de ‘zuinigheid’ bij de Protestanten) en het aureool om het hoofd van de pop (Johannes de Doper) in plaats van een plak koek bij de Protestanten (NB Jan Steen was Katholiek van huis uit).

Het laatste werk op de expositie toont Maria van Egmond in een weelderige jurk, met een verleidelijke en gelijk ook verliefde blik en ontspannen armen en handen. De brief zinspeelt op het verhaal van Koning David die verliefd was op en vol verlangen naar de getrouwde Bathesheba. Onduidelijk bleef of Maria ook reeds getrouwd was. Maar ze werden gelukkig met een zoon, het laatste kind van Jan Steen. Jan steen werd in 1679 begraven de Pieterskerk in Leiden.

Met veel dank aan de voortreffelijke en geestige toelichtingen van Els van der Boom, was dit bezoek weer een ‘pareltje’ in de reeks van de vele fraaie exposities die we in de afgelopen 20 jaar hebben gezien en ervaren.

Het overzicht van het oeuvre van Jan Steen is tot 23 augustus 2026 te zien is in de Lakenhal.
Met dank aan de Nederlandse Musea die zijn werk uit hun collectie ter beschikking hebben gesteld en dank aan enkele Nederlandse particuliere bezitters van werk van Jan Steen die ook bijdroegen aan deze fraai opgezette tentoonstelling in de nieuwe vleugel van de Lakenhal.

Ongeveer om de hoek in de Steenstraat, net binnen de Leidsche ‘Veste’, had Onno geregeld dat we op het schaduwrijke terras van de Stadswerf ons ’12-uurtje’ konden nuttigen. Met gezonde Niçoise’s of Avocado salade en bijna geheel alcoholvrij! In de 20 jaar van ons bestaan duidelijk een teken van streven van ‘Heren op Leeftijd’ (maar jong van geest) om langer met elkaar van al het moois op cultureel gebied te kunnen blijven genieten!

PhdeKG
26 juni 2026




METAMORFOSEN

Rijksmuseum, 30 april 2026

o.l.v. Kunsthistorica Thera Folmer-Von Oven
(bereikbaar via http://www.artetcetera.nl)

Han had het goed geregeld. Met 15 (van de 18) HMLC-leden waren we op tijd voor koffie ‘met’ op de resto-etage in de centrale hal van het Rijks.
Terwijl rondleidster Thera de oortjes prepareerde, was er tijd om bij te praten. Ondanks dat de wereld half in brand staat (en de Veluwe en de Peel ook door droogte) ging onze lokale wereld onveranderd door.
Over metamorfose gesproken……

Zo was er de Chaos tijdens de Schepping. Inspiratie voor kunstenaars en voor Ovidius. Alles was vloeibaar en veranderde ter plaatse. Ovidius beschreef deze verandering in zijn verzen, inclusief de interactie tussen de goden en de aardse bewoners. Want de goden waren meesters in gedaanteverandering. Jupiter voorop.

Thera gaf tijdens haar toelichtingen op schilderijen, beelden en wandtapijten waar een gedaantewisseling in verborgen was, tegelijk een verkort college over de Griekse goden voor de niet Gymnasiasten onder ons.

Jupiter, de God der Goden, was de stoutste onder hen. Hij speelde het spel van metamorfose ragfijn. Of hij nu stoeide met Daphne (die aan hem ontkwam door in een bosje te duiken en in een Laurierstruik veranderde), of het verhaal van de ‘schone’ aardse weefster Arachne die door Minerva werd verleid en in een spin veranderd, zodat zij eeuwig kon weven. De Goden hadden een groot libido !

(nb een jeugdige museumbezoeker liep in mijn beeld, waardoor de metamorfose van Daphne in een laurierstruik nauwelijks meer opvalt….)

Of neem de metamorfose als onzichtbare adelaar van Jupiter waardoor hij met gouddruppels kon binnendringen in de hermetisch afgesloten vertrekken van een schone slaapster…. Jupiter kon zich als ‘God de Goden’ van alles permitteren als het om de liefde of verkrachting ging. Want hij was door Eros geraakt met de gouden pijl van liefde (en hitsigheid) en had daardoor een grote belangstelling voor schone maagden.

Schilders in uit de Renaissance periode konden hun schilderambities volop kwijt met dit soort thema’s.

Pasiphaë, de vrouw van Koning Minos van Kreta kwam ook in beeld. Zij vatte een tegennatuurlijke liefde op voor een stier. Uitvinder Daedalos kreeg van haar de opdracht een houten omhulsel te maken in de vorm van een koe.
Zij nam daarin plaats, zodat de stier haar kon bevruchten. De Minotaurus was het resultaat. Half mens; half stier. Koning Minos sloot het beest op in een labyrint op Kreta. (Foto van de Minotaurus op de expositie mijnerzijds ontbreekt…)

Ook Neptunus, God van de zee, water en golven, had aan land last van hormonale opvliegers. Ovidius beschreef de verkrachting van de beeldschone Medusa in de tempel van Minerva. Niet Neptunus werd voor deze daad gestraft, maar Medusa. Haar mooie haarlokken worden slangen en haar hoofd versteent. Zo wordt schoonheid een vloek en het slachtoffer een monster. Uiteindelijk werd het monster door Perseus onthoofd.

Ook zijn uit de Renaissance periode andere mooie voorbeelden van Metamorfosen te zien.
Veelal Narcissus, die hopeloos verliefd was op zijn eigen spiegelbeeld, is in diverse varianten tentoongesteld.
Van Rubens en Caraviggio tot kunstenaars uit de 20e eeuw, zoals de surrealist Cornelis Postma en de beeldhouwer Ossip Zadkine.

De beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (17e eeuw) verbeeldde met een schitterende sculptuur in wit marmer de meest fascinerende metamorfose die Ovidius beschreef. De bronnimf Salmacis versmolt met de godenzoon Hermaphroditus. Te zien aan de vermenging van de geslachtsdelen. Van sluimerende vrouw tot een deels slapende man. Wij zagen dat eerder in het Teijlers Museum in de schetsen van Michelangelo.

De levenscyclus van de mens is uiteraard ook een reeks van metamorfosen.
Dit werd mooi uitgebeeld met een serie portretten van de levensfasen van een vrouw, waarbij de vorm van het kapsel en de rimpels in de huid voor de meeste metamorfosen zorgden.

Ook als spotprent wordt het concept van metamorfose door de eeuwen heen toegepast. Zoals het portret van een Paus
versmolten met de kop van de Duivel met de mond als gemeenschappelijk lichaamsdeel. Onder het motto: ‘Ze spreken met één mond’ !
De vrolijke kop van een vorst, verbeeld met levensproducten, gaf een mooie indruk van de creativiteit van kunstenaars door de eeuwen heen.

Onder de indruk van vrijwel alle kunstwerken te zien op deze bijzondere expositie, gelardeerd met de verhalen van Thera Folmer-von Oven, togen wij met Thera als gast, naar De Keijzer voor de lunch.
Dat was weer een mooie (verantwoorde) HMLC lunch met slechts één fles wit, rosé en rood en heel veel flessen water.

21 mei staat de Kennemer op de Agenda, gevolgd door de tentoonstelling met werk van Jan Steen in de Lakenhal in Leiden op donderdag 25 juni.
Hopelijk kan Rob dan ook aansluiten met zijn rollator in dit min of meer gelijkvloerse museum.

PhdeKG
1 mei 2026

NB : Hier volgt nog een indruk zal opmaken van de Kerstbijeenkomst in de Koningshof in Overveen.

Van Gogh Museum Amsterdam, 26 maart 2026

In de beginjaren van de HMLC bezochten we het Van Gogh Museum. (Geschat ca 2008)
Mede door de nevenexpo ‘GEEL’ over het gebruik van geel, een veel toegepaste kleur door Van Goch en andere kunstenaars, was er een aparte reden het museum weer te bezoeken.  

Voor de organisator van deze maand, Bob, een mooie aanleiding hier heen te gaan en ‘om de hoek’ in de Van Baerlestraat te lunchen. Bob had het weer prima voor elkaar. Met 14 leden van de HMLC en Jan Haast als gast (lid van de Amsterdamse Herenbridge en golfer) troffen we elkaar in een gereserveerd deel van de eetzaal van het museum.
De ontvangst door gastvrouw Megali van Voorst Vader was allerhartelijkst, de koffie met appeltaart ouderwets.

Met de zeer deskundige conservator Ann Blokland werd eerst een reis door het leven en werk van Vincent van Gogh gemaakt voordat we door haar in ‘Geel’ werden rondgeleid.

De schilderloopbaan van Vincent ging aan de hand van een selectie van werken over zijn zoektocht qua stijl en techniek, uitmondend in zijn eigen signatuur. En dit tijdens een leven in armoede omdat hij in zijn tijd niet echt is doorgebroken als schilder maar kon blijven schilderen dankzij zijn mecenas en broer Theo. 

Grote drukte bij de ‘Aardappeleters met bezoekers uit de hele wereld.

Dat Theo alle doeken van zijn broer had bewaard is een geschenk voor onze generatie en de meer dan een miljoen bezoekers die jaarlijks het Van Gogh Museum bezoeken. Het museum dat de taak heeft de schilderijen in bruikleen van de ‘Stichting’ familie Van Gogh te beheren. Met de 70-jarige achterneef Willem van Gogh als derde generatie in de rol van actieve bestuurder van de Stichting.

In de Brabantse jaren in Uden, het arme Brabantse platteland, was het boerenleven een inspiratiebron voor Van Gogh. Hij typeerde de mensen zoals ze leefden. Soms met hun grove trekken en ruwe handen, zoals de ‘Aardappeleters’ of met tedere trekken, zoals het meisje op blote voeten met een schoffel. Ook oefende hij veel met zelfportretten.

Na zijn opleiding aan de Kunstacademie in Antwerpen trok Vincent in het spoor van vele jonge schilders naar Parijs. De concurrentie was er groot. Er werd volop geëxperimenteerd met nieuwe stijlen en vormen. Ook met kunst uit andere landen, zoals de eerste Japanse prenten die in Parijs arriveerden. Ook Vincent maakte enkele doeken met Japanse thema’s. Maar meer fundamenteel was zijn variant op het ‘pointulisme’. Met pure kleuren (geen mening van pigmenten) leerde hij zich de effecten aan van licht en donker met een kleine penseelstreek. Het is deze stijl die hij later met grovere penseelstreken toepaste. 

het verliefde stelletje meer uitvergroot waardoor de techniek duidelijker te zien is.

De grovere penseelstreken en vormen ontstonden vooral in zijn tijd in Arles, waar hij na een deceptie in Parijs heen trok. De zon scheen en het geel en andere ‘zuivere’ kleuren ervan zien we terug in diverse schakeringen in zijn doeken uit die tijd. Het huis van de brugwachter buiten Arles waar hij een kamer had en waar zijn vriend George Braque een periode met hem optrok, schilderde hij in de kleur van roomboter, zoals hij aan Theo schreef.

De korenvelden in de delta van de Rhône geven zijn stijl  herkenbaar weer. Ook het prachtige doek in het Musée d’ Orcay in Parijs van zijn (gele) kroeg op de hoek in Arles en een sterrenhemel, straalt vrolijkheid uit. Het klimaat in het zuiden van Frankrijk had duidelijk een positieve invloed op zijn emoties.

Hij schilderde er na een paar voorstudies ook de bekende Zonnebloemen. Dit doek met grove en fijne penseelstreken in verschillende tinten geel , thans een wereldberoemd schilderij, werd geweigerd voor een ‘Salon’. Want Vincent van Gogh was als ‘fauvist’ en man die abstractie impliciet in zijn werk ontwikkelde, zijn tijd vooruit. Misschien was het de frustratie door miskenning dat hij meer dan normaal aan de Absint nipte en ertoe kwam een stuk van zijn oor af te snijden. Tijdens de behandeling in de psychiatrische inrichting in Saint Paul bij Saint-Remy-de-Provence in 1889, zijn laatste levensjaar, is hij enigszins tot rust in het hoofd gekomen door in de tuin te schilderen.

Na zijn (tijdelijke) herstel is hij naar Auvers-sur-Oise verhuisd waar hij een kamer betrok in de lokale herberg. Hij maakte daar aan de rand van het dorp het doek met de bijna abstracte boomwortels in vol licht.

Zijn laatste doek

Het linker deel van het doek is niet afgemaakt. Net als zijn leven. Want ’s middags schoot hij zich buiten het dorp in de borst, wat zijn einde inluidde. Zijn broer Theo is nog uit Parijs naar Auvers gekomen om afscheid van hem te nemen. Een jaar later stierf ook Theo. Hij is als trouwe vriend en broer bij Vincent in Auvers begraven.

De weduwe van Theo heeft zich ontfermd over alle doeken en schetsen die bij Theo in Parijs waren opgeslagen. Zij heeft alle toelichtingen van Vincent op doeken in brieven aan Theo gepubliceerd en het werk van Vincent van Gogh met succes, toen de tijd rijp was voor modernisten, uitgebracht.

Een belangrijk deel van de collectie is in eigendom van de familie gebleven en ondergebracht in de Stichting Vincent van Gogh en in beheer van het Van Gogh Museum.

GEEL

Han en HMLC gast Jan Haast bij de affiche van “GEEL’

De expositie over de kleur geel had Ann met haar collega-conservator Edwin Becker samengesteld. Een kleur die Vincent veel had gebruikt. Daarbij ging het over de vraag wat ‘geel’ doet met kunstenaars en met mensen die ernaar kijken.


Metalen en mineralen staan aan de basis van de pigmenten waarmee je gele verf kan maken.
Okergrond, limoniet, lood, chroomgeel, cadmiumgeel en zelfs arseen kunnen worden gebruikt.
Met een basispigment geel kunnen warmere of koelere geeltinten worden gemaakt.

In de museumvleugel waar ‘GEEL’ werd geëxposeerd waren de Zonnebloemen van Van Gogh de eerste ‘eyecatcher’. Ook een doek van hem met meer bruin-gele vruchten op een schaal.
Over zijn doek met symboliek van de vergankelijkheid van het leven (De maaier in een lichtgeel korenveld in de Provence) schreef Van Gogh aan Theo:

“…de zon die alles onderdompelt in een fijn gouden licht.” (goud-geel dus)

De curatoren presenteerden als contrast en versterking van ‘GEEL’ ook enkele werken van tijdgenoten, zoals de citroen van Manet en een zonsondergang in Sardinië van Signac. Maar ook de impressie van Kupka van het grote glasmozaiek in de Notre Dame uit ca 1900 en andere werken.

Met een lichtinstallatie, die de effecten van meer of minder licht laat zien op andere tinten, werd dit weer boeiende museumbezoek afgesloten.

Naar goed gebruik werd geëvalueerd tijdens een mooie lunch in bistro ‘L’ Entrecôte et les Dames’ in de Van Baerlestraat. Een aanrader voor vleeseters die een eerlijke Entrecôte of Tartaar waarderen in het hartje van het Museumkwartier van Amsterdam.

PhdeKG

27 maart 2026

13e HMLC Beukenhof Diner

De wereld met Artificial Intelligence en voorbeelden van werken met ChatGTP

o.l.v. gastspreker en oud (Global) ING Directeur / ondernemer Jacques Kemp

26 februari 2026

Met twaalf HMLC-leden, onze gastspreker en twee gasten was het weer goed toeven in de Auberge ‘Villa Beukenhof’ te Oegstgeest.
Inmiddels het 13e Beukenhof-diner (na grondige research in mijn oude agenda’s dus 13 en niet 15)

De vertrouwde formule en sfeer:
Borrel in de bar; diner in de Tuinzaal; presentatie en inleiding van Jacques Kemp tussen voorgerecht en hoofdgerecht; gevolgd door vragen, antwoorden en een boeiende discussie over maatschappelijke impact.

Tijdens het welkom stond Philip stil bij onze HMLC-vrienden die om medische reden niet aanwezig konden zijn.
Zij worden met dit Blog toch ook betrokken in ons midden.

De wereld van AI

Onderstaande sheet toont de beschikbaarheid van bijna alles wat aan data via gelinkte datacenters op internet te vinden is en wat bijna ‘real time’ ge-processed kan worden op basis van een vraagstelling (prompt).


Onze generatie komt uit de wereld van atlassen, encyclopedieën, leerboeken, rijtjes stampen en hoofdrekenen met vele toepassingen daarvan in het dagelijks leven. Zowel bij ambachten, overheden, wetenschap en zakenwereld en financiële leven. Ook zijn onze normen en waarden veelal op boeken en lessen uit boeken gebaseerd.
Die boeken hebben nu nog emotionele of sentimentele waarde.
Alle kennis, toepassingen, gerelateerd wetenschappelijk onderzoek en uitvoeringspraktijken (en veel meer) zijn nu met een enkele ‘promt’ en een druk op ‘enter’ direct voor iedereen, jong of oud en in welke taal ook, beschikbaar op het PC scherm of op de SMARTphone, mits je ‘on line’ bent.

Onze generatie heeft vele goed opgeleide denkers, filosofen, wetenschappers en ervaren rotten in een vak voortgebracht, maar we worden razendsnel ingehaald door de ChatGTP-ers die steeds meer (kunnen) weten en sneller kunnen toepassen dankzij de ‘whizzkids’ en softwaremakers van de leidende AI firma’s.
Mede door al die data en nieuwe algoritmen ontdekt men meer en is er daardoor ook in toenemende mate meer ONBEKEND in onze huidige snel door grenzen brekende ‘kleine wereld’. Zoals stoommachines voor de Industriële revolutie zorgde, zorgt AI voor een bijna angstaanjagende versnelling van mogelijkheden op velerlei gebied. Daarbij is er een toenemende behoefte en noodzaak om meer ‘competenties’ te ontwikkelen teneinde de kloof te dichten tussen wat allemaal mogelijk is. ‘ The Unknown versus Known’ zoals Jacques Kemp het uitlegde..


En dan hebben we het niet eens over jongeren in niet-westerse landen die ook over een SmartPhone beschikken terwijl hun opvoeders houtjes hakken. Ik zie ze op hun gemakje onder een boom zitten waar ze de ‘nieuwe wereld’ op hun schermpjes op hen af zien komen en ongetwijfeld heel ‘hebberig’ worden en fysiek willen komen deelnemen….(meer asielzoekers ?)
Of neem een jonge vrouw in een streng religieuze masculine samenleving die met haar vriendinnen chat over hun wereld en de ‘nieuwe wereld’ op hun schermpjes
En zo ‘wakker’ en opstandig kunnen worden tegen de heersende cultuur in. De impact kan groot zijn voor de jonge generatie wereldbewoners. Zowel positief als negatief. We zien dat proces nu in Iran.
 


De toekomst lonkt en ‘Big Tech’ investeert met miljarden zonder een duidelijk antwoord op de vraag te geven wie voor de opbrengsten gaan zorgen. Het zorgpunt thans dat datacenters giga-stroomgebruikers zijn wordt gebagatelliseerd. Want ook op dit front zien techneuten en whizzkids geen donkere wolken….want we staan aan de vooravond van gigantische doorbraken……..(volgens Musk &Co)

Maar er zijn uiteraard ook zorgen over deze snelle ontwikkelingen en risico’s….

Wat ‘Risk and Containment’ betreft werden we op twee van bovenstaande punten op zaterdag 28 feb op onze wenken bediend.
Softwareontwikkelaar Anthropic hield zijn poot stijf om bepaalde verkenningsalgoritmen niet aan het Pentagon te leveren wegens de mogelijkheid om met die algoritmen zonder menselijk ingrijpen vuurwapens (als robot) in te zetten. Vervolgens werd de CEO van Anthropic op X uitgemaakt als ‘woke linkse rakker’ en zijn bedrijf gekwalificeerd als ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ met een boycot van het bedrijf als toegift.
En tegelijkertijd vielen er kruisraketten precies op de plaats waar Iraanse leiders verbleven die niet instemden met voorstellen uit de Westerse wereld en uit Israël voor (gedwongen) verandering van hun samenleving…. ook dankzij dit soort algoritmen voor doelherkenning en precisie, maar nog wel een kruisraket door een menselijke hand (in opdracht van de hoogste baas) afgevuurd.

De praktijk van ChatGTP

Na de inleiding en beschouwing over AI werd het tijd om de praktijk van de zoekmachine ChatGTP te ervaren. ChatGTP is een veelgebruikte en gratis te downloaden APP. In feite een werkpaard en zoekmachine met een aanzienlijk verbeterde versie van Wikipedia en dan met directe gebruikstoepassingen.
Niet alleen om documenten te maken, maar ook om mee te leren of om jouw denkproces te ondersteunen. Zoals ‘design’ voor oplossingen van technische problemen en zelfs om een gedetailleerd business plan (binnen 1 minuut) op het scherm te krijgen,

Zo demonstreerde Jacques, die als hobby een verzameling van bedrijfs/bestel auto’s uit de jaren ’60 heeft, hoe hij een Businessplan dicteerde in ons bijzijn.

Jacques sprak via de ‘Voice-kop’ van Chat GTP op zijn scherm in:

“Voor de import van een nieuw type E-transportbusje uit China wil ik als importeur in Nederland een gedetailleerd business plan en operationeel plan”.
(een korte duidelijke ‘prompt’)

Het resultaat verscheen na ca 30 seconden op het scherm en was indrukwekkend wegens de opbouw/structuur en hoeveelheid items van het plan. Een doelgericht ‘spoorboekje’ voor een speciaal product.

De discussie onderling was ook weer ‘ouderwets’ Beukenhof-diner stijl.

Thema’s tijdens de discussie waren:

– De hiervoor reeds genoemde complexiteit, bewustwording en impact op samenlevingen
– Het verschil in machtsverhoudingen tussen VS, China, Europa en de rest van de wereld
– ‘Niet wetenden’ die een inhaalslag maken en wat dat gaat betekenen in vraag, aanbod, migratie etc
– Het multiplayer effect en daarmee de toenemende effecten qua nadelen en risico’s
– Meer concreet op medische gebied: hoe kan het behandelmethoden versnellen voor thans nog moeilijk of niet te behandelen ziekten als ALS en dementie (los van meer kennis over DNA en de relatie tot ziekten)
– Wat is de impact voor de EU c.q. Europese cultuur t.o.v. de VS en China ? De EU loopt zwaar achter.
– Wie zijn koplopers in de EU ? Frankrijk en sinds kort Ukraïne v.w.b. drones
– Wat betekent het voor leraren en opvoeders anno 2026 ? Vooralsnog een ‘ieder voor zich’ en overheidsbeleid in de maak terwijl de meeste ouders geen idee hebben waar het over gaat en wat het allemaal kan.
– Ervaringsoverdracht van ‘meester > gezel > leerling’ blijft nodig (leren in de praktijk, voorbeeldgedrag, mentaliteit, respect)
– Wat zijn de effecten voor de werkgelegenheid ? Standaard admin werk wordt gerobotiseerd; robots doen het onveilige werk voor de mens etc. Dus omscholingen, werkloosheid, tussen ‘schip en kaai’ vallers.
– Kan je er ook mee werken op de beurs ? (Nee.. want je bent ‘Unknown’ en werkt in het ‘Unknown’) Wel voor trends.

Samenvattend: Veel dank aan Jacques Kemp en met nieuwe kennis, inzichten en diepe gedachten omarmen we ChatGTP, ervan bewust dat je privé gegeven moet anonimiseren in een prompt. Ben je daar niet scherp op, dan zet je jouw hele ‘hebben en houden’ in de cloud van Chat GTP en derhalve in het hele AI universum. Dus gebruik de beschikbare knoppen voor maximale privacy bescherming.

Voor de echte liefhebbers en gebruikers wordt de versie ChatGTP 5.2 aanbevolen die voor € 10 per maand beschikbaar is.
DeepSeek, een Chinese AI zoekmachine, is net als Chat GTP (Basic) gratis en doet het volgens Hans net zo goed als ChatGTP.

Philip de KG, 28 feb 2026

’t Kromhout Museum Amsterdam

27 januari 2026

Industrieel erfgoed in bedrijf

Voor de acht aanwezige leden van de HMLC was het op een gure winterse dag een reis in de tijd naar de scheeps- en machinebouw in Amsterdam. Vijf van de HMLC- leden hadden het qua weersomstandigheden beter gepland met een reisje naar de zon. De ziekenboeg was – helaas – behoorlijk bezet en drie andere leden hadden prioriteiten ten huize.

De aanwezige HMLC-ers met Folkert Goedkoop (tussen Peter en Philip) en rondleider/vrijwilliger Piet de Jong. Rick was nog ‘verdwaald’ in Amsterdam-Oost, zoekend naar een P-plek.

De reis in de tijd werd ook in de auto onderweg naar de Hoogte Kadijk in Amsterdam-Oost ervaren. Het leek wel of heel Amsterdam-Oost opengebroken was voor nieuwe riolering. De ene wegafzetting en omleiding na de andere. Want het huidige riool ligt ook al 100 jaar in de zompige grond, maar nog niet zolang als de Kromhout Werf bestaat op de Oostelijke eilanden.

Hieronder een korte historie van de Kromhout Werf en de scheep- en machinebouwers van de familie Goedkoop. Ook met een korte impressie van de lunchervaringen in het voormalige ‘monument’ van de vergane Amsterdamse scheepvaartglorie : het volledig in art deco stijl gebouwde ‘Scheepvaarthuis’ aan de Prins Hendrikkade, thans Amrath Hotel.

Historie

In de eerste helft van de 17e eeuw ontstond in Amsterdam enorme behoefte aan ruimte voor uitbreiding van de scheepswerven. Ook was er behoefte aan bouwgrond voor huizen vanwege ‘asielzoekers’ uit zuidelijke landen tijdens de periode van de Inquisitie. (What’s new?)

Onder leiding van Daniël van Stalpert werden de (buitendijkse) eilanden Kattenburg (1650) Wittenburg (1656), Oosterburg (1661) en een vierde stuk grond ontwikkeld. Daardoor kwam de oude St. Antonius-zeedijk ‘binnendijks’ te liggen van de nieuwe zeedijk , de Hoogte Kadijk gedoopt. Tussen de nieuwe landerijen kwam  de ‘Nieuwe Vaart’.

Het stuk grond van het museum kent een historie als touwslagerij, destillateur en ankersmederij tot er in  1757 de scheepswerf ‘De Kromhout’ werd gevestigd die er kleine binnenvaartschepen bouwden. In 1837 vond concentratie plaats van de vijf kleine werven aan de Hoogte Kadijk. Niet veel later stagneerde de vraag naar houten binnenschepen en vestigde er een houtkoperij. De twee hellingen werden overkapt voor houtopslag.

In 1797 kwam Jan Goedkoop uit Zwartsluis naar Amsterdam om als 16-jarige beurtschipper zijn brood te gaan verdienen. Na reizen naar Antwerpen en Gent en de opening van het Noord-Hollands kanaal in 1824 begon hij in 1826 een veerdienst (meestal jagend) tussen Amsterdam en Den Helder. 

De familie Goedkoop

In 1842 namen de zonen de ‘jaagdienst’ over van vader Jan. Rond 1860 werden stoomsleepboten geïntroduceerd. Reden voor de zonen Daniel en Pieter om te investeren in 12 stoomsleepboten. Het goed lopende bedrijf werd in 1882 voortgezet door drie zonen van Daniel en een zoon van Pieter. ‘De Gebroeders Goedkoop’. De vierde zoon van Daniel( Daniel Jr) vond scheepsbouw spannender dan beurtvaart. Hij ging in de leer op de werf Concordia op Oostenburg en kocht, samen met vader Daniel, in 1867 (17 jaar oud) de werf ’t Kromhout. Vader Daniel zorgde voor stevig kader rond de jonge werfbaas. Maar Daniel Jr was een ‘moderne’ ondernemer. In 1877 kwam de eerste stoommachine op de werf om schepen de helling op te trekken. Hij kocht overkappingen van een landbouwtentoonstellingen en hij liet elektrisch licht aanbrengen. Daardoor kon hij het hele jaar schepen in onderhoud nemen en bouwde hij het jaar rond nieuwe schepen. Geen wonder dat de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij in 1899 Daniel aantrok als directeur van dit nieuwe Amsterdamse scheepsbouw bedrijf. Zijn zonen Daniel (jr van jr) en Jan zetten de Kromhout Werf voort, waarbij Jan steeds meer de kant van ‘Stoom- en andere werktuigen’ op ging, mede door zijn MTS-opleiding.  Na een brand, uitbreiding van het terrein en herindeling van de werf,  werd in 1900 de eerste stoommachine van de werf gebouwd.

Gas- en Dieselmotoren

In 1864 werd in Keulen de motorenfabriek Deutz gesticht, gespecialiseerd in gasmotoren. In Nederland bouwde de Utrechtse firma Rennes sinds 1883 gasmotoren. In 1890 volgde een motor die op petroleum liep. Voor de werf reden om ook schepen te gaan bouwen met een Deutz motor of een Rennes motor.

Na experimenten met verbeterde inspuiting van de brandstof ontwikkelde en bouwde Jan de eerste Kromhout motor van 12 pk met petroleum als brandstof. Hij bouwde het in in een 12 meter lang scheepje, de ‘Werf ’t Kromhout 3’ gedoopt en ging ermee voor demo’s de boer op. In Southampton won hij de 1e prijs in een veld met 32 deelnemers en vestigde daarmee de naam van de werf in het buitenland.

In 1905 begon de serieproductie. De werf was hiervoor te klein. Verhuizing naar de noordzijde van het Y volgde met een nieuwe fabriek in 1908. Met een nieuwe techniek voor ruwe olie’ als brandstof , 2-takt en gloeikopontsteking, ontwikkelde Jan de productielijn verder voor seriebouw van de zgn M-motoren.

Het was nogal fris in de fabriekshal van het museum

Werkte er in 1912 zo’n 240 man in de motorenfabriek; in 1949 waren het er 1008. 

Door de snelle groei van de motorenfabriek werd de werf ’t Kromhout op 6 april 1911 ‘ceremonieel’ gesloten voor nieuwbouw met de tewaterlating van de stoomsleper ‘Pieter Goedkoop Dzn’. Wel werd er op de werf nog onderhoud gegeven.

Dieselmotoren voor bussen en vrachtauto’s

Mede door de recessie in de jaren ’30 werd vastgesteld dat de ‘automotive’ industrie nieuwe kansen bood. Een licentie-overeenkomst met het Engelse Gardner in Manchester volgde. De eerste ‘joint venture’ motor werd in een ‘proefauto’ ingebouwd en verkocht aan het Amsterdamse Gemeente vervoersbedrijf. Het bleek een succes te zijn. Ook omdat hij stationair als generator kon worden gebruikt of met een keerkoppeling als scheepsmotor.

Naast de ‘automotive’ branche kwamen ook vliegtuigmotoren in beeld. In 1939 werd een licentiecontract gesloten met Armstrong Siddeley uit Coventry voor de bouw en verkoop van  een 7-cylinder stermotor van 165 pk. Er werden 19 motoren afgeleverd aan Fokker voor de bouw van een serie S IX lesvliegtuigen voor de Afdeling Luchtvaart van het leger.

Bob krijgt uitleg over een startlontje om de ontsteking op gang te brengen tijdens het opvoeren van de compressie in de cilinders

Kenterend tij

In 1956 bereikte de ‘automotive’ industrie een topjaar met 582 motoren , 93 buschassis en 70 vrachtwagenchassis. Maar door de ‘bestedingsbeperking’ liep de verkoop snel terug.  De autofabricage werd eind 1958 verkocht aan de firma Verheul in Waddinxveen. De bouw van (scheeps)dieselmotoren bleef doorgaan.

Intussen zat de concurrentie niet stil. De Amsterdamse Stoombootmaatschappij had sinds het begin van de 20e eeuw hun licentierechten voor de bouw van dieselmotoren ondergebracht bij Werkspoor. Na WO II volgde bij Werkspoor een nieuw type 2-takt dieselmotor. In 1954 volgde de fusie tussen Werkspoor en Stork, waarmee de Verenigde Machine Fabrieken (VMF) is ontstaan. De in 1966 door VMF  ontwikkelde zes-cilinder langzaam lopende dieselmotor met 3333 pk werd een ‘wereldrecord’.

De directie en RvC van Kromhout besloten in 1966 de Kromhout Motoren Fabriek te verkopen aan (en laten integreren in) het VMF- concern. In 1969 sloot de fabriek aan het Y, waar nu tussen de vele horeca-tenten de naam ‘Kromhout’ nog op de voormalige fabriekshal aan het Y prijkt.

De werf aan de Hoogte Kadijk bleef tot ongeveer 1970 actief met scheepsreparaties en scheepsbouw voor kleine schepen en jachtjes.

Europees en nationaal erfgoed

Mede door initiatief van nazaten van de familie Goedkoop is in 1973 de toen leegstaande scheepswerf overgenomen door de Stichting Werf ’t Kromhout om de werf als ‘erfgoed’ te behouden. In 1974 volgde de oprichting van de Vereniging Vrienden van de Werf ’t Kromhout en konden er niet langer werkzaamheden aan schepen plaatsvinden.

Met dank aan voorzitter Folkert Goedkoop van de Vereniging en Stichting konden wij er als HMLC uitgebreid genieten van de wekelijkse ‘warmdraai-operatie’ van de museumcollectie oude motoren door een team van professionele vrijwilligers. (alleen op dinsdagen) En van de mooie verhalen van deze mannen die roken naar smeerolie en dieselolie en/of  petroleum.

Voor historici beschikt het museum over een uitgebreid documentatiecentrum met ca 17000 bestanden.

Veel dank ook aan rondleider Piet de Jong en de mannen die zich wekelijks ontfermen over dit industrieel erfgoed.

HMLC Lunch in het voormalige ‘Scheepvaarthuis’  

In dit voormalige bolwerk van de tot in de jaren ‘70 in Amsterdam gevestigde Koninklijke Nederlandse Koopvaardij maatschappijen, zoals de KJCPL/ KPM, de maatschappij Oceaan, de KNSM en de Maatschappij Nederland, genoten wij de lunch.
Inmiddels is het een 5 ***** hotel annex lounge en restaurant gerund door gebrekkig engels sprekende ‘mederlanders’. De spanningsboog was redelijk hoog. Echter het opnemen en serveren van drank en spijs, hoe vriendelijk ook, vond ikvoor verbetering vastbaar. Zo ook de messen om de goed doorbakken rib-bye steak in kleine plakjes te snijden. In ieder geval smaakte de ragout van de kalfskroketten prima en was de uiensoep smakelijk doch wat zout, mede door een bord vol zacht gebakken ui. 

Helaas was voor mij – mede door genoeglijke tafelgesprekken – de timing voor de parkeermeter te krap om nog van een mooi toetje (of van de ‘coupe Colonel’ die Peter aanraadde) te kunnen genieten. De gebruikers van het OV aan tafel waren duidelijk minder stressvol tijdens deze HMLC lunch in het overvolle centrum van de hoofdstad dan de reizigers per auto.
Misschien was het in de eerste helft van de 17e eeuw wel net zo vol in hartje Amsterdam met vele landsaarden als heden anno 2026. De tijd zal het leren……

PhdeKG

27 januari 2026

Bronnen: pamflet “ De Geschiedenis” van Museum ’t Kromhout, aangevuld met ChatGTP 

FENIX Museum

Rotterdam, Katendrecht 27 november 2025

Paul organiseerde een mooi programma in Rotterdam naar de in 1923 toen grootste havenloods ter wereld. De loods ‘San Francisco’ van de Holland Amerika Lijn. Thans verbouwd door de Chinese architect Ma Yansong tot een prachtige openbare ruimte voor bewoners en bezoekers van het ‘Plein’ in Katendrecht en het er naastgelegen museum over migratie, het Fenix.

Terwijl Chinese Rotterdammers op z’n Chinees aan het fitnessen of tafeltennissen waren, verzamelden wij ons op ‘Plein’ rond de Kiosk voor een ‘bakkie’. De Kioskhouder (een migrant uit Oost-Europa) zei dat zijn koffie niet lekker was en verwees ons een deur verder naar de Bakery. Daar konden we bij een Albanese bakkersvrouw mooie koffie krijgen met een heerlijk dingetje, zoals een Griekse zoete koek of een Albanese ‘Brownie’. Heel smakelijk. Het werd genuttigd bij de Kiosk op ‘Plein’ zoals Paul had geïnstrueerd. Helaas was Paul om medische reden verhinderd en had Michiel de leiding gekregen. Er waren meerdere afzeggers, zodat we uiteindelijk met 8 HMLC-ers na de koffie ‘met’ naar het Fenix togen.

Ma Yansong en zijn team van MAD Architects heeft een bijzonder mooie en moderne blikvanger, de Tornado (een dubbele splitrap) vanaf de begane grond dwars door het gebouw naar het uitkijkplatform ontworpen in simpel maar mooi hardhout en hoogglands rvs 316.

Het symboliseert ‘Komen en Gaan’

Het is het thema van het Fenix museum : Migratie. Verteld en verbeeld door kunstenaars met een immigratie of emigratie achtergrond.

De loods met de ‘Tornado’ vanaf de Rijnhaven-loopbrug richting de voormalige vertrekhal van de Holland Amerika Lijn, waar menig emigrant vertrok.

Bonne en Hans verbazen zich over het schitterende ontwerp van de ‘splitburg’ door het gebouw.

Direct bij de ingang wordt de bezoeker geconfronteerd met een enorme hal met ‘lost luggage’.
Het deed Rik en mijzelf denken aan onze jongere jaren. De container met waardevolle spullen van Rik en Evelien was overboord geslagen onderweg naar hun ‘nieuwe wereld’ in HongKong. En mijn kist met persoonlijke goederen en presentjes, tijdens twee jaar verzameld in Azië voor dierbaren en verzonden uit Hong Kong, kwam nooit aan. Track & Trace bestond toen nog niet.

Al in de 17e eeuw was er verwondering bij de Nederlandse kooplui van de VOC en bij reizigers in Europa over de verschillende volkstypen in de wereld. Tegelijkertijd een soort stille discriminatie. Of het nu tegeltjes zijn met VOC soldaten, een Chinese sjouwer, een marskramer of een landloper…ze werden verbeeld om de thuisblijvers te laten zien dat er ‘rare jongens’ rondlopen in de wereld . (Zoals Asterix en Obelix de Romeinen noemen en onze voorouders de ‘Pinda-Chinezen’)

Het omgekeerde vond ook plaats. Zoals in Japan. De niet fris ruikende roodharige Nederlanders op Decima moesten geweerd worden uit het land van de Samoerai om geen ongewenste invloed op hun lokale cultuur te krijgen. (een actueel hedendaags thema)
De geisha’s mochten daarom wel naar ‘Jan Kaas’ op Decima. Want die moesten geen hitsige hengsten worden. (Misschien een leuk verkiezingsthema voor Mona Keijzer)

Er is in Fenix in drie grote hallen een veelheid aan kunstwerken van velerlei soort te zien. Allen voorzien van het verhaal van de maker. Zoals een kleurrijk borduurwerk met veel symboliek van een nazaat van Ambonese voorouders die door de VOC met een lading kruidnagel naar De Kaap werden verscheept om daar arbeid te gaan verrichten. Geen slaven maar gedeporteerde arbeiders. Zij heeft daarom de VOC soldaten als rondzwevende duivels uitgebeeld.

Je herkent de kaart van Ambon en de Tafelberg met Kaapstad, waar de familie en nageslacht zich gesetteld heeft.

Arbeidsmigranten kwamen ook uit China met de ‘return vloten’ mee naar Nederland na de Eerste Wereldoorlog en de Chinese revolutie begin 20e eeuw. Ze werden meestal ‘koelie’ in de havens. Tijdens de depressie in de periode 1930 werden ze ontslagen zonder sociaal vangnet. Zo verschenen de ‘pindamannetjes’ in ons straatbeeld. Het lied van Ferrie en Willy Derby gaat over deze vreemdelingen in het stadsbeeld. (Te vinden op You Tube)

En zo kan ik nog wel even doorgaan over de beelden / objecten die er te zien zijn en de verhalen die er te lezen zijn. Ik ga er nog een keer heen om de hele collectie te bekijken.
Want 1,5 uur was te krap voor mij om de vele objecten en bijhorende verhalen die er zijn te bekijken en in te laten dalen.

Hierna treft u nog enkele indrukken die ik vastlegde, waarbij ik het boekje (zie onderaan) uitlicht. Een door een kleinkind van een Surinaamse Oma geschreven briefje voor de buschauffeur. Want Oma sprak geen Nederlands. Een taalbarrière speelt een grote rol bij emigratie en nog meer bij immigratie (volksverhuizing) tijdens grote gewapende conflicten, economische crisis of natuurrampen.

Met een laag wolkendek over Rotterdam en de Maas liepen we naar de voormalige vertrekhal van de Holland Amerika Lijn waar we een 12-uurtje genoten. Velen met een 0.0, steeds minder met een glas Chardonnay. De gezondheidstrend onder onze leden. Er was voldoende stof te bespreken tijdens deze aangename ouderwetse HMLC lunch.

Philip de KG
29 november 2025

De mannen van Michelangelo

Zijn fascinatie voor het mannelijke lichaam

30 october 2025 in Teylers museum

Het Teylers Museum heeft 20 tekeningen van Michelangelo Buonarroti (Florence 1475 – Rome 1564) in hun collectie. Aangevuld met tekeningen in bruikleen uit andere musea hebben de conservatoren van het Teylers een expositie samengesteld die ‘nieuw licht’ laat schijnen op de glorieuze hoofdrol die het mannelijk lichaam speelt in de kunst en het leven van Michelangelo, zoals zij op hun website schrijven.


Naast de tekeningen is zijn (originele) beeld van de jonge Apollo-David tentoongesteld. Hierover zegt het Teylers Museum: ” In de Apolle-David komt alles tezamen (van de tekenaar en beeldhouwer) : …..niet alleen technische en artistieke aspecten, maar ook hoe je in dit beeld zijn persoonlijke voorkeur voor het jonge mannenlichaam lijkt te kunnen zien.”

Met een ‘time slot’ en een audio set konden we in de twee zalen van het Teylers de tekeningen van Michelangelo en zijn intimi (leerlingen en veelal ook zijn vrienden / lovers) bekijken temidden van andere bezoekers. Hierdoor waren onderlinge uitwisselingen tussen de HMLC-ers helaas niet goed mogelijk. Jammer, want het thema ‘mannenbillen’ zou toch zeker tot enkele commentaren hebben kunnen leiden.

Er waren niet alleen tekeningen van mannen. Echter….de werkelijkheid van een vrouw in beeld bleek toch meer te omvatten. Namelijk … een man met een vrouwelijk gezicht en met merkwaardig aangehechte borsten. Om de kijker op een verkeerd been te zetten voegde Michelangelo ook enkele veren van de zwaan toe om de juistheid van de edele delen te verdoezelen.

Ook voor het portretteren van een vrouw gebruikte hij een manlijk model met vrouwelijke trekken. Transgenders in die tijd waren vrij normaal in hogere kringen, begreep ik uit toelichtingen.

Op zich allemaal knappe tekeningen die mij aanzette tot het weer oefenen van het tekenen van ledematen, zoals handen. Want dat moet je als beeldhouwer beheersen voordat je in een brok steen gaat hakken. Wat dit laatste betreft stelde de Apollo-David mij wat teleur. Mogelijk was het een iets te harde klap op de beitel, zodat er een cruciaal stuk steen van de beoogde hand afbrokkelde. Tsja…. dan is een gehandicapt handje toch de beste oplossing.

Hiermee toonde Michelangelo voor mij dat hij naast een genie ook tijdens het proces van het maken van een kunstwerk een gewone tekenaar/beeldhouwer was.

Het zelfportret van de begenadigde kunstenaar

Voor een uitgebreider verslag van deze expositie verwijs ik naar Mariette Haveman in de Volkskrant.

https://www.volkskrant.nl/tentoonstellingen/naar-de-billen-die-michelangelo-tekende-kun-je-blijven-kijken-ondanks-zijn-passie-voor-minderjarigen-b6a85ed8/

Na het bezoek aan het Teylers was het weer tijd voor de maandelijkse HMLC-lunch met een evaluatie van het bezoek. Totaal 13 man, bestaande uit 11 leden en twee gasten ( Dick Berghoef en Jan Rijnders). Lex was vrij kort met zijn evaluatie : “Hier heb ik weinig mee..” Want Lex houd van meer moderne kleurrijke impressies op doek. Maar organisatie van de dag Theo was lovend, zoals ook andere leden onder de indruk waren van het technisch kunnen van Michelangelo.

Wij waren ook weer onder de indruk van de keuken van Samabe, het Indonesisch restaurant op de hoek van de Lange Veerstraat en Korte Veerstraat in hartje Haarlem, alwaar deze dag werd afgesloten met een smakelijke rijsttafel.

Volgende maand op 27 november o.l.v. Paul naar het nieuwe museum Fenix in Rotterdam.

Phde KG., 3 november 2025

LAM

Lisser Art Museum 24 september 2025

In het park bij ‘Kasteel’ De Keukenhof heeft de architect Arie Korbee in 2018/2019 in opdracht van de ‘VandenBroek Foundation’, opgericht door grootgrutter Jan van den Broek, een fraai bouwwerk neergezet voor een bijzonder (privaat) museum.
De kunstwerken van deze private collectie hebben op de één of andere manier te maken met eten, drinken, winkelen of consumentencultuur.

Na koffie ‘met’ in de Hofboerderij op het landgoed togen we met 11 man sterk naar het gebouw dat mooi ruim in het park speels tussen de bomen is gepositioneerd. De ontvangst was simpel: ” U gaat naar de derde verdieping en daar loopt een medewerk(st)er van ons team die u een toelichting kan geven op een kunstwerk of installatie. Na afloop kunt u hier op de begane grond uw indrukken achterlaten in ons gastenboek.”

Het ‘eet smakelijk’ ontbrak. Wel de instructie om de QR code bij een werk te scannen voor meer informatie. Zoals onderstaand wandkleed met geborduurde figuren en consumpties in een marktkraam ergens ter wereld. Consumptie als individueel genot, reden voor sociale interactie en restafval op de grond. Want de mens als veelvraat van snacks en vervuiler (vooral door het verpakkingsmateriaal van een snack) bleek wel een onderliggende boodschap te zijn van de expositie.

Hoe saai en plichtmatig het is om boodschappen te doen werd uitgedrukt door een technisch perfect uitgevoerd beeld in was van een klein, levensecht vrouwtje met baby.
Systse moest er hard om lachen, onder het motto: ‘wat een zuurpruim. Het zal je partner maar zijn……’

Een gigantische installatie van porselein bleek een uitvergroting te zijn van alles wat een man in 1 jaar tijd eet en drinkt. Van brood tot fruit etc.
Indrukwekkend. Zeker als je dit vermenigvuldigt met 18 miljoen of 18 miljard.

Dat voedsel ook materiaal is waarmee men een kunstwerk kan maken was te zien aan een impressie met chocolade hagelslag,

Fascinerend was een ‘Avondmaal’ impressie van verdorven moderne rijken rond een rijk gedekte tafel. De etenswaren zijn buitengewoon realistisch gemaakt en de lege flessen Moët & Chandon, glazen en kandelaars versterkten het gevoel van echtheid.

Echter, bij een scherpere analyse van de ‘mise en scène’ bleek het minder ‘het heilig avondmaal’ te zijn maar meer een variant op de film ‘Le Grand Boeuf’.
Inclusief de decadentie.

De blik van Piet Hein verraadt dat er erg veel te zien is op en aan deze installatie.

Onsmakelijker werd het bij een videoinstallatie die weergaf dat de mens kritiekloos alles opvreet wat wordt geserveerd, als het er maar lekker uitziet. Een boterham werd tot sandwich opgebouwd met een laag gele spuittroep, een paar dikke plakken vlees, een laag met eetbare boeken, een klodder zwarte drek erover en tot slot een aantal kleine stoeltjes. Hoe verzin je het.

Dan kan je toch maar beter naar ‘Hans Worst’ kijken met zijn ogen van tomaat en mosterd.

En zo liepen we weer een verdieping lager naar het slot waar we ‘Piet Patat’ nog tegenkwamen en het gastenboek konden invullen met de tekst:

“Buitengewoon (on)smakelijk!”
Met dank voor deze bijzondere expositie van een unieke collectie.
De HMLC.nl

Hoewel de eetlust niet bepaald was opgewekt tijdens dit bezoek, togen we toch opgewekt naar de voormalige stationsrestauratie en Wachtkamer 2 van (eveneens voormalig) station Lisse aan de spoorlijn Haarlem / Leiden. Thans restaurant ‘ Tussenstation’.
Goed voor een eveneens ruim belegde boterham of salade en een glaasje wijn voor de liefhebbers.

De klokken in de wachtkamer vertegenwoordigen ongetwijfeld de symboliek om het juiste uur van aankomst/vertrek van een trein aan te geven, terwijl de dames van de bediening geroutineerd waren als stationschefs en zeer adrem bleken te zijn. Vooral het blondje dat net aan het zicht van Rick was onttrokken en door Philip werd geprezen als ‘meest adrem’ van de drie. (Foto met toestemming van deze ‘Stations-chef’ voor publicatie)

Met dank aan Onno voor de organisatie in Lise.

PhdeKG 25 september 2025

Voor de volledigheid nog :

HMLC Golfdag 2025

De HMLC Golfdag op 28 augustus 2025 was nat, licht alcoholisch, sportief en vooral gezellig.

Jan Hein had na 18 holes een prachtige score en mocht weer de wisselbeker in ontvangst nemen.
Het was een dag die gekenmerkt werd door stevige buien met onweer, zodat slechts één flight van ‘die hards’ (Jan Hein, Onno en Jop) de 18 holes konden uitspelen na een tijdelijk onderkomen in een schuilhut. De concurrentie voor de winnaar was daardoor beperkt.
Onno sloeg de ‘Longest’ en Han de ‘ Neary’ . Beide scores goed voor 1 nieuwe golfbal.

De andere flights en spelers voor de PAR 3 – holes bleven na de ‘Onweer’ toeter aangenaam schuilen in het clubhuis, totdat de zon doorbrak en het verblijf op het terras kon worden voortgezet.

Het nieuwe kleine wisselbekertje voor de PAR 3 spelers is daardoor dit jaar niet uitgereikt.

Jan Hein als trotse 2025 winnaar van de HMLC Golf Bokaal bedankt Alexander voor de uitstekende organisatie op de Amsterdamse.

Art Zuid Amsterdam

3 juli 2025

Met slechts een kleine fractie van de HMLC (door verschillende reden slechts 5 leden) bezochten we onder leiding van rondleidster en kunsthistoricus Inge Raadgever op 3 juli de 9e editie van de Amsterdam Sculptuur Biënnale op de Minervalaan en de lommerrijke Apollolaan in Amsterdam Zuid. Het thema van deze expositie is Verlichting. Een hulde aan de vrijheid en tolerantie van de stad die haar 750e verjaardag viert.

Ralph Keuning, de voormalige curator van het museum Fundatie in Zwolle, is dit jaar de samensteller van 70 museale sculpturen van kunstenaars uit binnen-en buitenland.
Iedereen kan de werken zien of er (minder bewust) aan voorbij lopen.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat het beter zien en begrijpen van sommige sculpturen aanzienlijk toenam door de voortreffelijke toelichtingen die Inge Raadgever er bij gaf. Zoals het bot van een dinosaurus (in gegoten aluminium) waarop een mannetje zich verbaast over het begrip ‘eeuwigheid’, ook gesymboliseerd door de oerrots onder deze ‘vette oerkluif’. Zoals Inge zei:”hij nodigt je als het ware uit naast hem te komen zitten en je met hem over het begrip ‘tijd’ te verbazen”.

Zo ook een ietwat verscholen liggend vrouwelijk naakt in brons tussen de bloeiende roosjes op de Minervalaan. Ze ligt daar zo sereen en natuurlijk ‘verlicht’ te zijn, dat ik er wandelend van Station Zuid naar het Art Zuid Paviljoen, achteloos aan voorbij liep. Kijk je meer gericht naar dit beeld, dan word je verrast door de teerheid van de huid en de minutieuze vormen van haar hoofd, handen en voeten.

Een grover bronswerk is de vogel van Armando, de in 2018 overleden Amersfoortse schilder/beeldhouwer. Met een kop die dwars op het lijf staat en staand in onbalans zoek je de ‘verlichting’. Het wonderlijke is dat wanneer je wat langer naar deze vogel kijkt, het gevoel ontstaat dat hij gaat opstijgen in een onzekere richting. Ook een vorm van ‘verlichting’.

Heel knap is het meer hologramachtige werk van Jaume Plensa, een Spaanse kunstenaar. Voor diegene die meer van zijn computer-achtige ontwerpen wil zien, raad ik aan zijn naam te googelen.

Minder ‘verlichtend’ vond ik een drieluik met een verwijzing naar geweld en onderdrukking. Een groot werk van de Rotterdamse beeldende kunstenaar Joep van Lieshout. Knap gestileerd uitgewerkt in brons met mooi egaal patina van kopernitraat ligt er een onthoofd lijk onder het linkerachterbeen van het steigerende paard, toont de wrede ruiter het onthoofde hoofd in een zak, wordt er een tweede man door de voorbenen van het paard getrapt, kijken twee mensfiguren angstig toe en vlucht een magere oudere man voor het geweld. In ieder geval wel een sculptuur vol spanning om naar te kijken.

Terwijl we doorliepen op de Apollolaan naar een volgende serie sculpturen stond Piet Hein stil bij onderstaand kartelwerk van een Engelse beeldhouwer die vooral met hout werkt. “Wat een vrolijk beeld is dit” , vond Piet Hein. Inderdaad ‘een happy dancer’ !

Het middeleeuwse scheepsmodel met twee ruimtemannetjes als bemanning (alles in gegoten aluminium) is het toonaangevende beeld van deze 9e Art Zuid. Het is een oproep aan de mens anno 2025: “sta open voor buitenaards leven. Want net als in onze vroegere jaren zullen andere beschavingen ook op zoek gaan naar nieuwe ruimten”. Kortom…niet te beperkt denken !

Nieuwe ruimten opzoeken deed ook de creatuur (knutselaar) van nieuwe ruimten rond een wrak van een oude Peugeot. Vanaf het (omgekeerde) dashbord maakte hij , inclusief glas in lood ramen, een prettige ‘man cave’, inclusief asbakken voor bezoekende blowers die deze creatieve ruimte als ‘blow hol’ gebruiken. Ook een hedendaagse vorm van ‘verlichting’ .

Met één van de laatste werken op de Apollolaan, een ‘ruimtelijke’ werk met ‘zwevende keien’ , wordt impliciet een oproep aan de kijker gedaan om niet te beperkt te denken en te kijken.
We leven inmiddels in het digitale tijdperk met zicht op andere planetoïden.

Een tijdperk waarin ook de kunst digitaliseert. Zoals het beeld van de franse beeldhouwer Xavier Veilhan dat hij in 2023 maakte van de man die een visie had op de stadsontwikkeling van Amsterdam Zuid, de ‘verlichte’ architect Hendrik Petrus Berlage. Een terechte ode aan hem op deze Art Zuid 2025.

Met al deze indrukken was het een korte wandeling door de immer gezellig drukke Beethovenstraat naar het straatterras van Williams Farmhouse, één van de favoriete lunchtenten van Peter en Alexander. Lex en Onno zaten er al op de kunstkijkers te wachten, want de rondleiding liep wat uit.

Met een gezonde groene salade, gravlax, zalmsalades of een tournedos met paddestoelen en 3-dubbel gebakken frites genoten we van een zomerse lunch, terwijl de stadsmensen en toeristen aan ons voorbij trokken. Verfrissend water, de rosé uit Saint Tropez of een mooi glas wit voor de witdrinkers vervolmaakten het zomerse gevoel, zoals we het graag ervaren als leden van de HMLC.

Philip de KG , 3 juli 2025