Jan Sluiters: de wilde jaren

Expositie in het Noordbrabants Museum te Den Bosch

 

fullsizeoutput_10b7.jpeg

 

Deze uitbundig geschilderde flamengodanseres is gekozen door het museum als boegbeeld voor de ‘wilde jaren ‘ van Jan Sluiters. Hoe kwam het zover ?

Jan Sluiters (1881) groeide op in Den Bosch en in Amsterdam. Zijn vader was graficus. Jan moest dat ook worden. Hij had tekentalent. Na enkele vakopleidingen tekenen en schilderen werd hij aangenomen op de Rijksacademie in Amsterdam. Het ‘klassiek schilderen’ was de kern van de opleiding. O.a. door het maken van kopiëen van doeken van Rembrandt en Caravaggio.
Jan Sluiters beheerste de technieken en besloot mee te dingen naar de prestigieuze Prix de Rome. Het zou hem vier jaar een maandelijkse toelage opleveren om in het buitenland een strak programma van opdrachten uit te voeren onder auspiciën van een strenge Commissie van Toezicht (een Calvinistisch gezelschap heren). In te leveren ‘vrij werk’ behoorde tot die opdracht.

fullsizeoutput_10b5

 

Met bovenstaand bijbeltafereel won Jan Sluiters uit ongeveer tien kandidaten de Prix de Rome in 1904. Niet geheel onomstreden. Eén jurylid vond de felle oranje kleur van het gewaad van de moeder ongepast. Dat Jan Sluiters toen al veel vrijer schilderde kan gezien worden aan het zelfportret en aan het portret van zijn verloofde Bertha, ook in 1904 geschilderd.

 

 

Het eerste jaar van de Prix de Rome periode moest worden doorgebracht in Rome. Er werd daar flink gewerkt met het kopiëren van oude meesters. Ook werd vrij werk ingestuurd, zoals het portret van zijn inmiddels vrouw Bertha. Een doek waar de warmte van Rome vanaf komt en waar de blinkende gouden trouwring prominent aanwezig is.

fullsizeoutput_10c0

Na Rome vertrokken Jan en Bertha naar Madrid en Toledo, waar nieuwe opdrachten van de Commissie van Toezicht uitgevoerd moesten worden. De correspondentie daarover is interessant. Het geeft aan hoe wereldvreemd en puriteins de heren in Amsterdam waren en zich in brieven uitspraken over de slechte smaak die Jan Sluiters ontwikkelde met zijn vrije werk, zoals de flamengo danseres. Het maakte de opstandige man in Jan wakker. Hij vertrok met Bertha naar Parijs, waar hij zijn vriend Leo Gestel ontmoette. Via Leo Gestel werd hij bevriend met Jan Toorop en Piet Mondriaan.
Hij genoot van de Parijse impressionisten en fauvisten. Hij experimenteerde volop met deze nieuwe kunststromingen. Hij dompelde zich helemaal onder in het Parijse feest – en kunstleven. (Onze rondleidster verwees naar de film “Midnight in Paris” waar hij ook in gespeeld wordt)

IMG_6391

De heren in Amsterdam vonden het zeer ongepast en waren in het geheel niet te spreken over zijn werk. Zij trokken in 1906 zijn toelage in. Dat maakte Jan niet uit. Hij schilderde er lekker op los in Parijs en hij tekende inmiddels ook illustraties en reclamewerk, waar hij van kon leven.

 

 

Na de geboorte van zijn dochtertje keerden Jan en Bertha terug naar Amsterdam waar hij ook vrij werk maakte en leefde van illustraties in opdracht.
Tijdens een expositie in Amsterdam kwam hij oog in oog te staan met een dame die de bruisende herinneringen aan Parijs weer in hem boven brachten. De roodharige Greet werd zijn maîtresse en nieuwe muze. Hij huurde met haar in Laren een zolderkamertje en bleef daar tot na zijn scheiding met Greet wonen en schilderen, temidden van de Larense kunst-en literatuurkringen. Los van een keurslijf en gestimuleerd door een vrije vrouw kreeg zijn werk een nieuwe dimensie.

 

 

Met zijn moderne werk behoort Jan Sluiters met zijn vrienden Jan Toorop, Piet Mondriaan en Leo Gestel tot de voorlopers van de moderne schilderkunst in Nederland.

Nadat hij met Greet was getrouwd, kinderen met haar kreeg en de eerste Wereldoorlog zich aankondigde werd de noodzaak om geld te verdienen groter. Hij ging meer illustreren, liet het vrije werk gaandeweg achter zich en ontwikkelde zich meer en meer tot een sociëtyschilder die met portretten en lessen een behoorlijk inkomen verdiende.

 

 

Naast zijn latere ‘grafisch’ kubistische schilderstijl in zijn ‘wilde jaren’ illustreerde hij van 1914 – 1919 wekelijks De Nieuwe Amsterdammer met een politieke spotprent, waarbij hij zijn mening over de gevestigde orde calvinistische Heren subtiel of meer direct duidelijk maakte. Het intrekken van zijn toelage in 1906 en het nooit ontvangen van de gouden penning als winnaar van de Prix de Rome 1904 had hem diep geraakt.

Dat hij mooi klassiek kon schilderen bewees hij tot in zijn laatste jaren. O.a. met het portret van zijn eerste vrouw Bertha, geschilderd in 1940.
Hij overleed in 1957 als een geëerd kunstenaar met vele internationale prijzen en de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s